Subthema 3: Arbeid
Beste jongere van de Speciale Adviesraad van het Comité voor de Rechten van het Kind,
Arbeid is niet alleen een zaak van volwassenen. Of het nu gaat om een loodzware job in de mijnindustrie of een leuke vakantiejob aan de rand van het zwembad, overal ter wereld komen kinderen en jongeren met arbeid in aanraking. Natuurlijk zijn de drijfveren vaak heel verschillend: voor sommige kinderen maakt een job het verschil uit tussen leven en dood. Voor anderen gaat het om het verschil tussen een Siemens en een Nokia.
Die enorme tegenstelling maakt het erg moeilijk om een eenduidig standpunt over jongeren en arbeid te formuleren waar alle landen ter wereld achter kunnen staan. Kinderarbeid verbannen?
Dat kun je gemakkelijk roepen als je in een rijk land woont met een hoge levensstandaard en een goed uitgebouwde sociale zekerheid. Maar wat als je net in een arm land geboren bent waar iedereen in het gezin mee moet zorgen voor brood op de plank? In grote delen van Subsahara Afrika heeft de aids-epidemie ervoor gezorgd dat veel jongeren voor het familie-inkomen moeten zorgen.
Het zou een illusie zijn om kinderarbeid overal onmiddellijk te verbieden. Miljoenen gezinnen hebben de inkomsten van hun kinderen nodig om te overleven. Maar het Kinderrechtenverdrag verbiedt wel uitbuiting door kinderarbeid. Kinderen mogen ook geen werk doen dat gevaarlijk is, dat de opvoeding van het kind hindert of dat schadelijk is voor de gezondheid of de lichamelijke,
geestelijke, intellectuele, zedelijke of maatschappelijke ontwikkeling van het kind. Het verdrag roept landen ook op om een minimumleeftijd voor betaald werk in te stellen.
Over de inlijving van jongeren in het leger is lang gedebatteerd tijdens het opstellen van het Kinderrechtenverdrag. Onder druk van verschillende ontwikkelingslanden werd de minimumleeftijd
op 15 jaar vastgelegd, terwijl de westerse landen een hogere leeftijdsgrens wensten. Het Facultatief Protocol over de betrokkenheid van kinderen in gewapende conflicten trekt die leeftijdsgrens wel op naar 18 jaar. Het andere Facultatief Protocol dat door de VN is toegevoegd is aan het Kinderrechtenverdrag gaat over de inschakeling van kinderen in kinderhandel, prostitutie en kinderpornografie.
De Facultatieve Protocollen zijn enkel van toepassing op de landen die de protocollen zelf ondertekend hebben.
Twee andere belangrijke internationale verdragen over kinderarbeid zijn Conventie 138 en 182 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Conventie 138 formuleert minimumleeftijden voor een aantal vormen van werk. De algemene minimumleeftijd om te mogen werken is 15 jaar, voor zover de leerplicht dan al voorbij is. Jongeren tussen 13 en 15 jaar mogen enkel licht werk doen, voor zover dat geen belemmering vormt voor hun studies. Voor gevaarlijk werk is de minimumleeftijd achttien jaar. Conventie 182 roept op om de ergste vormen van kinderarbeid te verbieden: slavernij, lijfeigenschap, gewapende conflicten, prostitutie, pornografie en drugshandel.
Moet kinderarbeid helemaal verboden worden? Moet het onderwijs zich aanpassen aan jongeren met een job? Hebben jongeren het recht en de mogelijkheden om hun toekomst in eigen handen te nemen? Over één van die drie thema’s willen we jullie mening en standpunten kennen.
Voor deze derde zitting van de Speciale Adviesraad kiezen jullie één van de drie subthema’s (recht op aanvaardbare arbeid, combinatie arbeid-onderwijs, recht om je toekomst in eigen handen te nemen) uit. Vervolgens bestuderen jullie de artikels uit het Kinderrechtenverdrag die hierop betrekking hebben. Het uiteindelijke doel van de zitting is om een advies te schrijven over het subthema.
Hou tijdens de zitting van de Speciale Adviesraad steeds in je achterhoofd dat het uiteindelijke doel is dat elke jongere in de wereld een goed leven kan leiden.
Het VN-Comité voor de Rechten van het Kind kijkt met veel belangstelling uit naar jullie aanbevelingen.